Erf- en schenkbelasting

Erf- en schenkbelasting

 

De huidige Successiewet dateert uit 1956. De wet regelt de belastingheffing bij vererving van vermogen en bij schenking van vermogen. Op 1 januari 2010 is deze wet ingrijpend gewijzigd.

Hieronder volgt algemene informatie die te maken heeft met erf- en schenkbelasting.

 

Waarover is erfbelasting verschuldigd?

Erfbelasting is verschuldigd over alles wat uit een erfenis wordt verkregen. Het begrip alles is daarbij een netto begrip. De erfbelasting werd vroeger successierecht genoemd. Of er daadwerkelijk belasting verschuldigd is en hoeveel is afhankelijk van uw persoonlijke situatie. De wet bevat hiervoor allerlei nadere bepalingen.

De erfbelasting is alleen verschuldigd als iemand ten tijde van zijn overlijden in Nederland woonde.

Het is dus niet van belang uit welk land het vermogen afkomstig is. De Successiewet belast het wereldvermogen.

 

Waarover is schenkbelasting verschuldigd?

Schenkbelasting is verschuldigd indien iemand die in Nederland woont een schenking doet aan een ander. Het is niet van belang waar de begiftigde woont.

Dubbele heffing

Als bij vererving en schenking van vermogen in het buitenland ook het buitenland belasting heft, kan dit leiden tot een dubbele heffing. Sommige verdragen bevatten een tegemoetkoming. Er zijn verdragen met onder andere Finland, Groot Brittannië, Noord-Ierland, Israel, Oostenrijk, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland. Ook het Besluit voorkoming dubbele belasting kent een tegemoetkoming. Dit besluit is van belang als er geen verdragenrecht is dat dubbele heffing voorkomt.

Een Nederlander die overlijdt of schenkt, binnen 10 jaar nadat hij Nederland heeft verlaten, valt toch onder de Nederlandse erf- en schenkbelasting. Dit heet de woonplaatsfictie.

In de Successiewet worden voorts een aantal constructies als een verkrijging uit een erfenis of een verkrijging uit een schenking aangemerkt terwijl zij dit eigenlijk niet zijn. Het bekendste voorbeeld is de uitkering uit levensverzekering. Deze bepalingen in de Successiewet heten de fictiebepalingen.

Hieronder wordt daar nader op ingegaan.

 

Wie is de belasting verschuldigd?

De verkrijging vrij van recht

De hoofdregel is dat de belasting voor rekening komt van de verkrijger. Degene die de erfenis krijgt of de schenking ontvangt wordt dus belast. Het is niet van belang waar deze persoon woont.

In een testament of schenkingsakte is het mogelijk te bepalen dat de belasting voor rekening komt van de gezamenlijke erfgenamen (erfenis) of voor rekening komt van degene die schenkt (schenking). Dit heet een schenking vrij van recht of een erfrechtelijke verkrijging vrij van recht.

De berekening van de verschuldigde belasting bij een verkrijging vrij van recht vergt het nodige rekenwerk. 

Samentellingen

Meerdere schenkingen aan partners door een persoon, worden voor de heffing bij elkaar geteld. De begiftigden -de partners gezamenlijk- worden dus als een persoon gezien voor de berekening van de te betalen belasting.

Voor meerdere erfenissen door partners verkregen van een overleden persoon geldt dit ook.

Meerdere schenkingen door partners aan een persoon worden voor de heffing ook bij elkaar geteld. De schenkers worden dus als een persoon gezien en hun schenkingen worden bij elkaar geteld voor de berekening van de verschuldigde belasting.

De bedoeling van deze regeling is het tegengaan van constructies waarbij de schenkbelasting of erfbelasting wordt gespreid over verschillende personen die in nauwe relatie met elkaar staan.

 

De tariefgroepen

De huidige successiewet kent twee tariefgroepen:

  • Groep 1: voor partners en kinderen
  • Groep 1a: voor kleinkinderen
  • Groep 2: voor alle overigen (al dan niet familieleden)

Tariefgroep 1

  • 1e schijf 10% onder ongeveer € 122.000,00
  • 2e schijf 20% over het meerdere boven ongeveer € 122.000,00

Tariefgroep 1a

  • 1e schijf 18% onder ongeveer € 122.000,00
  • 2e schijf 36% over het meerdere boven ongeveer € 122.000,00

Tariefgroep 2

  • 1e schijf 30% onder ongeveer € 122.000,00
  • 2e schijf 40% over het meerdere boven ongeveer € 122.000,00

De schenkingsvrijstelling voor kinderen is ongeveer € 5.300,00

De eenmalige verhoging voor kinderen tussen de 18 en 40 jaar is ongeveer € 25.000,00

De schenkingsvrijstelling voor alle overige verkrijgers bedraagt ongeveer € 2.100,00

De Erfrechtvrijstelling voor (huwelijks)partners bedraagt ongeveer € 640.000,00, voor kinderen bedraagt de erfrechtvrijstelling ongeveer € 20.000,00. Voor de overige verkrijgers geldt een vrijstelling van ongeveer € 2.100,00.

Kijk voor de actuele vrijstellingen op de website https://www.notaris.nl/schenken-erven-en-nalaten.

 

Grote vrijstelling en eigen woning

Er geldt een grotere vrijstelling van ongeveer € 53.000,00 in de relatie ouders/kind als het kind tussen de 18 en 40 jaar is en het geld dat geschonken is gebruikt voor:

  • de kosten van het verwerven van een eigen woning
  • de kosten van het aflossen van een eigenwoningschuld als bedoeld in de Wet op de Inkomstenbelasting 2001. Dat wil zeggen een woning waarin het kind zijn hoofdverblijf heeft;
  • de kosten van het verbeteren en onderhouden van zijn eigen woning

 

Waarderingsregels erfbelasting en schenkbelasting

De belasting wordt geheven over de waarde van wat u uit de nalatenschap verkrijgt. De belasting wordt bij een schenking eveneens geheven over de waarde van wat u krijgt.

De erfbelasting hanteert daarbij een saldobegrip. Dat betekent dat schulden eerst in mindering worden gebracht. Onder waarde in de Successiewet wordt verstaan de vrije verkoopwaarde. Ondernemingsvermogen wordt op going concernwaarde gewaardeerd en soms op liquidatiewaarde. Beursgenoteerde aandelen worden genoteerd op de beurswaarde.

Een woning wordt gewaardeerd op de vrije verkoopwaarde. Er wordt in beginsel geen rekening gehouden met een waardedruk, omdat de langstlevende partner nog in de woning woont. Een uitzondering hierop zijn vruchtgebruikconstructies.

Bij de bepaling van de vrije verkoopwaarde in de Successiewet is de WOZ waarde bepalend.

Voor de waardering van gebruiksrechten (vruchtgebruik en rechten van gebruik en bewoning) gelden vaste waarderingsregels, die in de wet zijn vastgelegd. Voor waardering van goederen, waarop een recht van vruchtgebruik rust, gelden deze regels ook.

De schulden mogen op het te vererven vermogen voor de berekening van de erfbelasting in mindering worden gebracht. Schulden worden in beginsel gewaardeerd op nominale waarde. De wet bevat een uitzondering voor de zogenaamde latente belastingschulden. Dit zijn schulden die in de toekomst tot een belastingheffing gaan leiden. Daarom mogen deze schulden nu al in mindering worden gebracht.

 

Samentelling van schenkingen

De wet schrijft voor dat elke schenking apart moet worden bekeken. Schenkingen gedurende een kalenderjaar gedaan, worden bij elkaar geteld voor het berekenen van de verschuldigde schenkbelasting. De wet wil daarmee voorkomen dat door het schenken in fases minder belasting verschuldigd is.

Daarnaast bevat de wet nog de volgende samenvoegingen:

Opgeteld worden de schenkingen door gehuwde echtgenoten gedaan aan een en dezelfde persoon of door ongehuwde partners gedaan aan een en dezelfde persoon.

Opgeteld worden ook de schenkingen aan gehuwde personen of ongehuwde partners door dezelfde persoon gedaan.

Schenkingen aan en door ongehuwde partners worden onder omstandigheden samengevoegd. U moet dan namelijk partner zijn voor de Successiewet.

Voor schenkingen door beide ouders aan een kind geldt deze regel ook.

 

Vrijstellingen schenkingsbelasting

De jaarlijkse schenkingsvrijstelling in de relatie ouders kind bedraagt ongeveer € 5.300,00.

De eenmalige verhoogde vrijstelling tussen ouders kind bedraagt ongeveer € 25.000,00.

Om voor deze vrijstelling in aanmerking te komen moet het kind ten tijde van de schenking tussen de 18 en 40 jaar zijn. In het aangiftebiljet voor de schenking moet u aangeven dat u van de verhoogde vrijstelling gebruik wenst te maken.

De algemene schenkingsvrijstelling voor alle overige gevallen bedraagt ongeveer € 2.100,00.

Goed doel instellingen met een ANBI of SBBI status zijn geen schenkingsbelasting verschuldigd.

Kijk voor de actuele vrijstellingen op de website https://www.notaris.nl/schenken-erven-en-nalaten.

 

Vrijstellingen erfbelasting

Een langstlevende echtgenoot, geregistreerd partner of ongehuwd samenwonende, in dit laatste geval als aan alle verdere voorwaarden is voldaan, heeft een zeer grote vrijstelling. Deze bedraagt ongeveer € 640.000,00. De vrijstelling wordt verminderd met de gekapitaliseerde waarde van het opgebouwde pensioen door de overledene.

Voor kinderen en kleinkinderen geldt een vrijstelling van ongeveer € 20.000,00

Voor gehandicapte volwassen kinderen gelden andere vrijstellingen.

Broers of zusters hebben een vrijstelling van ongeveer € 2.100,00.

Kijk voor de actuele vrijstellingen op de website https://www.notaris.nl/schenken-erven-en-nalaten.

 

Bedrijfsopvolging

In het kader van bedrijfsopvolging geldt een regeling voor verlichting van schenkings- en erfrechtbelasting over het ondernemingsvermogen. Deze faciliteit is een combinatie van een uitstelregeling en een kwijtscheldingsregeling. De bedoeling van deze regeling is te voorkomen dat de liquiditeit van de onderneming in gevaar komt, vanwege een hoge belastingheffing.

De uitstelregeling bestaat uit een renteloos uitstel van betaling in combinatie met een kwijtscheldingsregeling. Een belangrijke voorwaarde is wel dat de onderneming na overlijden of na schenking wordt voortgezet. Indien de onderneming alsnog binnen een bepaalde periode wordt gestaakt, is toch het volledige bedrag aan belasting verschuldigd.

 

Pensioen

De Successiewet bevat ook een vrijstelling voor aanspraken op pensioen, verkregen op grond van een pensioenregeling. De gekapitaliseerde waarde van het pensioen wordt weer op de vrijstelling in mindering gebracht tot een maximum. AOW en ANW uitkeringen vallen niet onder deze inkortingsregeling.

 

Begrippen schenking en gift in de Successiewet

De Successiewet bevat geen definitie van het begrip schenking. Voor de uitleg van het begrip schenking moet dan ook aansluiting worden gezocht bij het Burgerlijk Recht. Het Burgerlijk recht kent naast het begrip schenking ook het begrip gift.

Voorwaarde is in beide gevallen dat er een persoon is verrijkt en een persoon is verarmd. Het begrip gift is in het civiele recht ruimer dan het begrip schenking.

Het begrip gift ziet op al die gevallen dat er sprake is van een materiële bevoordeling, bijvoorbeeld een verkoop van een huis tegen een te lage prijs.

Voor het begrip schenking is een overeenkomst vereist.

Het begrip schenking omschrijft de wet als een overeenkomst om niet (dus zonder tegenprestatie) waarbij de ene partij, de schenker, de andere partij, de begiftigde, ten koste van zijn eigen vermogen verrijkt.

Een schenking hoeft niet altijd bij notariële akte te worden gedaan, wil zij geldig zijn. De wet bevat daarop uitzonderingen. De belangrijkste uitzonderingen is de schenking van onroerend goed en de schenking door middel van schuldig erkenning uit vrijgevigheid. Deze schenkingen zijn verplicht notarieel. Op de schenking door middel van schuldig erkenning wordt hieronder nader ingegaan.

Het kan natuurlijk wel verstandig zijn, ook al hoeft de schenking niet verplicht in een notariële akte te worden vastgelegd, toch een schriftelijk de inhoud van de schenkingsovereenkomst vast te leggen. Dit voorkomt problemen achteraf.

 

Motief

Voor de belastingdienst is de achterliggende reden om te schenken in beginsel niet van belang. Het enkele feit dat er een verarming aan de ene kant en een verrijking aan de andere kant is opgetreden, is voldoende. Dit is anders als er sprake is van een natuurlijke verbintenis. Bij een natuurlijke verbintenis staat de verzorgingsgedachte centraal.

 

Besparing erfbelasting door schenkingen

Schenkingen tijdens leven aan kinderen en kleinkinderen kunnen een middel vormen tot besparing van erfbelasting.

Door tijdens uw leven vrijgestelde schenkingen te doen aan uw kinderen, kunt u uw vermogen verkleinen. Groot & Van Kempen kan u daarbij helpen. Indien het geld niet liquide voorhanden is, kunt u schenkingen op papier overwegen.

 

Natuurlijke verbintenis en schenking

Een natuurlijke verbintenis is geen schenking. Een natuurlijke verbintenis ziet op een verzorgingsverplichting naar elkaar. De bewijslast dat er een verzorgingsplicht speelt heeft de belastingdienst neergelegd. Slagen partijen in dit bewijs dan is het voordeel vrijgesteld. In andere gevallen is het voordeel belast met schenkbelasting.

 

Geldlening tegen te lage rente of renteloze geldlening

Geldleningen tegen een te lage rente of geldleningen zonder rente komen vaak voor tussen familieleden. Vaak speelt bevoordeling hierin een rol. Als de lening laagrentend of renteloos is, in combinatie met een directe opeisbaarheid kan sprake zijn van een schenking. Dit is met name het geval als partijen helemaal niet van plan zijn de lening direct op te eisen of de opeising feitelijk niet mogelijk is. Het rentevoordeel is dan een schenking en belast met schenkbelasting. Wees alert en voorkom problemen. Laat u vooraf informeren.

 

Aangiftetermijn schenkbelasting

De hoofdregel luidt dat de aangifte voor schenkingen moet worden gedaan voor 1 maart van het volgend jaar waarin de schenking is gedaan. Dit heeft te maken met de regel dat meerdere schenkingen gedurende een kalenderjaar gedaan aan dezelfde persoon bij elkaar moeten worden opgeteld.

Voor schenking van vrijgestelde bedragen hoeft geen aangifte te worden gedaan. Een uitzondering daarop is de grote eenmalige vrijgestelde schenking ouders-kind of de eigen-woning schenking. Daarvan moet weer wel aangifte worden gedaan, omdat op het aangifteformulier moet worden aangegeven dat u gebruik maakt van de grote vrijstelling

 

Aangifte erfbelasting

De aangifte voor de erfbelasting moet door alle erfgenamen worden gezamenlijk gedaan, tenzij een van de erfgenamen gemachtigd is. Indien door de overledene een executeur is aangesteld, verzorgt de executeur de aangifte.

De termijn voor het doen van aangifte bedraagt 8 maanden te rekenen vanaf het moment van overlijden. Zo nodig, kan uitstel worden aangevraagd. Dit uitstel wordt echter niet automatisch meerdere keren verleend. Het kan zijn dat de fiscus toch al vast om voorlopige gegevens vraagt, zodat zij een voorlopige aanslag kan opleggen.

Indien na 8 maanden aangifte wordt gedaan voor de erfbelasting gaat er een heffingsrente lopen. Het is dus belangrijk dat u tijdig aangifte doet.

 

Betaling

Betaling moet geschieden binnen 6 weken na dagtekening van de aanslag. Indien dit niet mogelijk is, kunt u met de ontvanger een betalingsregeling treffen.

 

Aansprakelijkheid

Iedere erfgenaam is naar evenredigheid van zijn erfdeel aansprakelijk voor de erfbelasting. Dat geldt ook voor de erfbelasting die verschuldigd is door legatarissen. Erfgenamen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de erfbelasting die is verschuldigd door buitenlandse verkrijgers.  Schenker en begiftigden zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde schenkbelasting. Executeur en vereffenaars zijn ook hoofdelijk aansprakelijk voor de verschuldigde erfbelasting.

 

Verzorgen aangifte erfbelasting en aangifte schenkbelasting

Voor het verzorgen van uw aangifte erfbelasting of schenkbelasting bent u bij Groot & Van Kempen aan het juiste adres. Heeft u vragen, wij helpen u graag verder. U kunt vrijblijvend contact met ons opnemen voor een goed advies.

 

Begrip Partner erfbelasting.

Van partners voor de erfbelasting is sprake als:

Zij met elkaar zijn gehuwd

(Personen die van tafel en bed gescheiden zijn worden aangemerkt als ongehuwd.)

Ongehuwden zijn slechts partner indien:

  • zij meerderjarig zijn;
  • een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd waarvan blijkt uit inschrijving bij de BRP (Basis Registratie Personen);
  • zij een samenlevingscontract hebben;
  • geen bloedverwanten in de rechte lijn zijn (een ouder met een samenwonend kind kan dus geen partner zijn voor de erf- of schenkbelasting);
  • niet al partner van een ander zijn.

Voor de erfbelasting dient de samenwoonperiode 6 maanden te zijn.

Voor de schenkbelasting 2 jaar

De Successiewet bevat ook op andere plaatsen regelingen waarbij bepaalde categorieën personen met elkaar worden gelijkgesteld.

Voorbeelden:

Bloedverwanten worden gelijkgesteld met aanverwanten

Pleegkinderen worden gelijkgesteld met eigen kinderen

 

Saldo begrip

De Successiewet belast het saldobegrip. Dat wil zeggen dat schulden in mindering mogen worden gebracht. Ook legaten (een legaat is een making van een bepaald goed in een testament) komen in mindering.

 

Aftrekbare schulden

Als schulden gelden slechts schulden ten tijde van overlijden. Bovendien moeten deze schulden wel afdwingbaar zijn.

Executeursloon en kosten van boedelafwikkeling zijn dus geen schulden die aftrekbaar zijn voor de erfbelasting.

Een uitzondering vormen begrafeniskosten, deze zijn wel aftrekbaar, als ze maar niet extreem hoog zijn.

 

Erfbelasting en Algehele gemeenschap van goederen

Als een overledene in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, wordt voor de Successiewet in beginsel de helft van zijn vermogen als nalatenschap in aanmerking genomen. Op deze helft komen de begrafeniskosten nog in mindering. Deze komen alleen ten laste van de nalatenschap. Zij drukken dus niet op de gemeenschap van goederen.

 

Erfbelasting en huwelijkse voorwaarden

Als een overledene huwelijkse voorwaarden heeft gemaakt, wordt aan de hand van de akte van huwelijkse voorwaarden bepaald, hoe groot het vermogen van de nalatenschap is ten tijde van overlijden. Een finaal verrekenbeding uit te voeren bij overlijden, of een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding kan daarbij grote invloed hebben.

Het meest voorkomende finaal verrekenbeding is dat echtgenoten bij het einde van het huwelijk door overlijden verplicht met elkaar afrekenen alsof zij in algehele gemeenschap van goederen zijn gehuwd.

Oude huwelijkse voorwaarden bevatten vaak finale verrekenbedingen bij overlijden, waarin de keuze bestaat bij overlijden voor de langstlevende echtgenoot en de erfgenamen om deze al of niet uit te voeren. Een veel voorkomend beding in oude huwelijkse voorwaarden is dat bij overlijden de erfgenamen en langstlevende het recht hebben om met elkaar af te rekenen alsof ze in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd.

De langstlevende kan zo de gunstigste oplossing kiezen voor de erfbelasting. Dergelijke verrekenbedingen worden voor de Successiewet als een verkrijging uit een erfenis aangemerkt en zijn dus belast met erfbelasting.

Groot & Van Kempen kan u hierover informatie verstrekken. Laat uw huwelijkse voorwaarden checken op erfrechtelijke houdbaarheid.

 

De wettelijke verdeling en de erfbelasting

De wettelijke verdeling heeft tot gevolg dat alle goederen naar de langstlevende gaan, deze langstlevende echtgenoot moet ook de schulden voor zijn/haar rekening nemen. Onder deze schulden valt ook de erfbelasting die over de erfdelen van de kinderen eventueel verschuldigd is.

Vaak wordt gedacht dat door een wettelijke verdeling of de oude ouderlijke boedelverdeling, het zogenaamde 1167-testament er nooit erfbelasting verschuldigd is. Ook bij een ouderlijke boedelverdeling verkrijgt de langstlevende alle goederen en schulden en houden de kinderen hun erfdeel in de vorm van een geldbedrag tegoed.

Dit is niet het geval.

Indien de vrijstelling van het kind wordt overschreden, is er wel degelijk erfbelasting verschuldigd. Deze erfbelasting komt ten laste van de langstlevende.

 

Rente over erfdelen

Het al dan niet vergoeden van een rente door de langstlevende echtgenoot heeft gevolgen voor de berekening van de erfbelasting.

Een renteloos erfdeel of een laagrentend erfdeel betekent voor de erfbelasting dat de erfdelen volgens een contante waarde methode mag worden vastgesteld. Dit betekent een afwaardering van de erfdelen van de kinderen, en dus minder erfbelasting bij het eerste overlijden, die ten laste komt van de langstlevende partner.

Een erfdeel met een rente heeft tot gevolg dat bij het overlijden van de langstlevende een grotere schuld in aftrek mag worden gebracht voor de erfbelasting. Dus bij het tweede overlijden.

Als schuld van de nalatenschap geldt dan niet alleen de vordering die elk van de kinderen nog tegoed heeft uit de nalatenschap van de eerste ouder, maar ook de aangegroeide rente.

In 2010 is de Successiewet gewijzigd. Daarbij is het mogelijk gemaakt dat na overlijden door de langstlevende echtgenoot besloten wordt of de erfdelen van de kinderen wel of niet op zullen renten. Het maken van een dergelijke keuze is aan een termijn gebonden, te weten de aangiftetermijn voor het indienen van de aangifte erfbelasting. Deze loopt, behoudens uitstel, tot 8 maanden na overlijden. Door deze mogelijkheid heeft de langstlevende de keuze gekregen om door bij het eerste overlijden te kiezen voor een renteloos erfdeel, bij het eerste overlijden minder belasting te betalen over de erfdelen van de kinderen en zo de belastingdruk te beïnvloeden. Wel zal dan bij het tweede overlijden meer belasting verschuldigd zijn, omdat de erfdelen niet zijn opgerent.

Oudere langstlevende testamenten hanteren meestal een vaste rente. De mogelijkheid om een rente te kiezen is dan niet aanwezig. Het kan raadzaam zijn uw testament daarop na te zien en aan te laten passen. U kunt hiervoor bij ons kantoor terecht.

 

Het tweetrapstestament en de erfbelasting

Het tweetrapstestament staat sinds een paar jaar volop in de belangstelling.

In een tweetrapstestament regelt de overledene dat de nalatenschap achter elkaar naar verschillende personen vererft. Dit na elkaar vererven komt aan de orde als de eerste persoon, naar wie het vermogen in eerste instantie vererft, overlijdt. Dan komt de volgende vererving aan de orde, waarbij degene die in tweede instantie erft, erft van de oorspronkelijk overledene.

Degene die in eerste instantie erft wordt door de wet bezwaarde genoemd, omdat hij datgene wat hij van de erfenis over heeft, bij zijn overlijden moet afstaan aan degene die in tweede instantie erft. Deze persoon die in tweede instantie erft wordt verwachter genoemd.

De beide personen erven beiden van de oorspronkelijk overledene.

Een tweetrapstestament heeft dus tot gevolg dat twee keer belasting wordt geheven, namelijk bij het eerste overlijden richting degene die in eerste instantie erft (bezwaarde) en bij het tweede overlijden van de bezwaarde richting degene die in tweede instantie erft (verwachter).

In beide gevallen wordt er van uitgegaan dat geërfd wordt van de oorspronkelijk overledene.

In een tweetrapstestament in de relatie ouders/kinderen vererft het vermogen eerst naar de langstlevende echtgenoot/partner. Omdat deze een grote vrijstelling heeft, (zie voor deze vrijstelling in de rubriek tariefgroep en vrijstellingen) wordt er bij het eerste overlijden geen belasting geheven. Deze belasting wordt pas geheven bij het tweede overlijden. De kinderen erven daarbij van de oorspronkelijke ouder.

Indien te vererven vermogen vast zit in een woning en er weinig banktegoeden zijn, kan de wettelijke verdeling of het oude 1167 testament tot het gevolg hebben, dat de langstlevende financieel in de problemen komt. De langstlevende moet immers de erfbelasting voorschieten, over de erfdelen van de kinderen.

Er is dan geen geld voorhanden om de erfbelasting te betalen. Een tweetrapstestament kan dan een oplossing zijn.

Achterliggende gedachte is dan dat bij het tweede overlijden het vermogen, dat vast zit in onroerend goed, toch verkocht zal worden, waardoor wel geld voorhanden is om de erfbelasting te betalen.

 

Is een tweetrapstestament altijd voordelig voor de erfbelasting?

Een tweetrapstestament is niet altijd het meest voordelig.

Een goed alternatief is het vruchtgebruiktestament met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid. Indien de vruchtgebruiker overlijdt, wordt er niet nogmaals belasting geheven over het vrijgekomen vruchtgebuik kapitaal.

 

Het vruchtgebruiktestament en de erfbelasting.

Een vruchtgebruiktestament is een testament waarbij de overledene het recht van gebruik van zijn nalatenschap (vruchtgebruik) vermaakt aan een of meer personen. Andere personen krijgen dan de eigendom belast met dit gebruiksrecht.

Meestal is de persoon die het vruchtgebruik krijgt, de langstlevende echtgenoot of partner. De kinderen krijgen dan de eigendom belast met het gebruiksrecht ten behoeve van deze langstlevende ouder. Dit eigendom wordt ook wel blooteigendom genoemd.

In die situatie is sprake van een klassiek vruchtgebruik.

Indien de langstlevende partner of echtgenoot ook de bevoegdheid krijgt om op het vermogen in te teren spreken we over een vruchtgebruik met vervreemdings- en verteringsbevoegdheid.

De waarde van het vruchtgebruik wordt berekend volgens de regels van de Successiewet, met name het uitvoeringsbesluit. Daarbij kan als stelregel worden aangehouden dat hoe jonger de vruchtgebruiker is, of hoe langer het vruchtgebruik duurt, hoe groter de waarde van het vruchtgebruik is.

Het voordeel van een testament met vruchtgebruik is dat bij overlijden van de vruchtgebruiker, meestal is dit de langstlevende ouder, de waarde van het vruchtgebruik dat door het overlijden vrijvalt, niet nogmaals belast is met erfbelasting.

Hiervoor hebben we gezien dat dit anders is bij een tweetrapsmaking. Er vindt dan twee keer heffing plaats zowel bij de bezwaarde (degene die in eerste instantie erft) als bij de verwachter (degene die in tweede instantie erft).

 

Fictiebepalingen

De Successiewet bevat diverse fictiebepalingen.

Dit zijn anti-ontgaansbepalingen. Constructies die lijken op verkrijgingen uit een erfenis worden gelijkgesteld met erfrechtelijke verkrijgingen. Voor de Successiewet en de berekening van de erfbelasting wordt er dus van uitgegaan dat er wel degelijk op grond van het erfrecht iets verkregen is. Feitelijk voor het erfrecht ligt dit anders. Maar omdat de constructies economisch hetzelfde effect hebben als een verkrijging uit een erfenis, doet de fiscale wetgever toch of dit zo is.

 

Enkele voorbeelden.

De woonplaatsfictie

Iemand die binnen 10 jaar nadat hij Nederland heeft verlaten overlijdt of een schenking doet, wordt geacht nog steeds in Nederland te wonen. Hij valt dus onder de Nederlandse erfbelastingwetgeving of de Nederlandse schenkbelasting.

Het verblijvingsbeding

Indien u afspreekt met uw partner dat bij overlijden het gemeenschappelijk vermogen van de een naar de ander overgaat, is dit weliswaar een overeenkomst, maar valt deze toch onder de werking van de Successiewet. De Successiewet belast deze verkrijging van de helft van het vermogen als een erfrechtelijke verkrijging.

Een dergelijk verblijvingsbeding komt veel voor bij ongehuwd samenwonenden zonder kinderen, die willen regelen dat hun gemeenschappelijk vermogen bij overlijden aan de andere langstlevende partner toekomt .

Een overnamebeding

In maatschapsovereenkomsten of bij vennoten in een vennootschap onder firma worden vaak bepalingen opgenomen dat indien een van de vennoten overlijdt of uittreedt het vennootschapsvermogen door middel van een verblijvingsbeding of overnamebeding al dan niet tegen betaling toekomt aan de voortzettende vennoten. Dergelijke overeenkomsten kunnen gevolgen hebben voor de erfbelasting of schenkbelasting.

Wijzigingen van huwelijkse voorwaarden

Een wijziging van koude uitsluiting (strikt gescheiden vermogens) naar algehele gemeenschap van goederen is geen schenking.

Een omzetting van algehele gemeenschap van goederen naar koude uitsluiting kan wel een schenking zijn, als de partners hun vermogen niet gelijk verdelen.

Voor spijtoptanten (mensen die vergeten hebben huwelijkse voorwaarden te maken) kent de belastingdienst een speciale regeling.

Omzetten in genotsrechten

Constructies waarbij een woning bij leven op naam van de kinderen wordt gezet, waarbij de ouder(s) zich het recht voorbehouden om levenslang in de woning te blijven wonen, vallen onder de Successiewet. Omdat bij overlijden de waarde van de woning aangroeit van bewoonde naar onbewoonde staat zouden de kinderen hier een voordeel hebben. De Successiewet voorkomt dit.

Schenkingen binnen 180 dagen voor overlijden

Schenkingen binnen een half jaar voor overlijden gedaan worden niet belast met schenkbelasting maar met erfbelasting.

Een uitzondering betreft de grote eenmalige schenking. Deze is wel toegestaan en verhoogt het saldo van de nalatenschap niet.

Uitkeringen uit levensverzekering

Een uitkering uit levensverzekering wordt voor de Successiewet als een verkrijging uit de erfenis aangemerkt.

Er zijn uitzonderingen voor echtgenoten of partners die huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt, een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan met partnerschapsvoorwaarden of een samenlevingscontract hebben afgesloten. Essentieel is wel dat in het contract dan is bepaald dat de premies van de levensverzekering niet voor gemeenschappelijke rekening mogen komen. Zij mogen niet behoren tot de kosten van de huishouding. Bij oude huwelijkse voorwaarden is dit niet altijd op de juiste wijze geformuleerd. Laat uw huwelijkse voorwaarden hierop checken. Vanzelfsprekend moet daarnaast de polis op de juiste wijze zijn afgesloten.

Waardestijging aandelen

De waardestijging van aandelen in een besloten vennootschap, door de vrijval van een pensioenverplichting ten gevolge van het overlijden van de pensioengerechtigde, kan leiden tot heffing van erfbelasting.

 

Verwerping en erfbelasting

De wetgever heeft geregeld dat er door de verwerping van een erfenis niet minder belasting verschuldigd mag zijn. Anders zou een verwerping kunnen worden gebruikt om minder erfbelasting te betalen. Deze regel heeft tot gevolg dat bij de berekening van de erfbelasting bij een verwerping twee berekeningen moeten worden gemaakt: de berekening van de erfbelasting die betaald zou moeten worden indien er niet verworpen was en de berekening van de erfbelasting die betaald moet worden nu er wel verworpen is. De te betalen erfbelasting bedraagt het hoogste bedrag van de beide bedragen.

 

 

Info

Raadhuisstraat 9
5066 AP Moergestel
Telefoon: 013-5286847
Fax: 013-5216511
E-mail: info@grootenvankempen.nl
Postbus 90, 5066 ZH Moergestel

Groot & Van Kempen

Voor snelheid, efficiëntie en een gunstige prijs.

 

Vraag advies aan